Terug naar de lijst

Opposites 1

    3 van de 5 sterrenVoor Applebetaald

Met deze app kan een kind tegenstellingen leren. Het gaat vaak om abstracte begrippen zoals lang-kort, groot-klein, vol-leeg etc. Je moet de juiste tegenstellingen bij elkaar zoeken. Op deze manier leert een kind kritisch naar plaatjes te kijken en verbanden te leggen.

  • Taalbegrip
  • Woordenschat
  • Zinsbouw

LinksWaar kun je de app downloaden

Over de appWat kan er geoefend worden?

Taalbegrip

Taalbegrip is begrijpen wat er tegen je gezegd wordt. Dit begint met het begrip van losse woorden en ontwikkelt zich tot het begrijpen van zinnen.
De volgende oefeningen kunnen spelenderwijs worden gedaan om het taalbegrip te verbeteren:

- "Waar" vragen. Bijvoorbeeld: "Waar is de auto?", "Waar is de pop?". Deze vragen kunnen ook iets moeilijker worden gemaakt door bijvoorbeeld een kleur of een bijvoeglijk naamwoord toe te voegen: "Waar is de rode auto?", "Waar is de kleine pop?" Of zelfs een combinatie van beide: "Waar is de kleine, rode auto?"
- Eenvoudige opdrachtjes (met twee voorwerpen/afbeeldingen). Bijvoorbeeld: "Zet de pop op de stoel", "De auto moet in de garage" of "Twee auto’s gaan botsen".
- Moeilijke (samengestelde) opdrachten. Bijvoorbeeld: "Zet de rode auto achter de groene bus" of "Zet de pop op de stoel en geef haar een boek" of "De auto moet stoppen voor het rode stoplicht".

Als het kind logopedie heeft, is het natuurlijk altijd goed om even te overleggen met de behandelend logopedist over welke oefeningen geschikt zijn.

Woordenschat

Met woordenschat bedoelen we de woorden die een kind kan begrijpen en gebruiken. Dit zijn concrete woorden zoals “beer”, “koekje” of “vogel”, maar ook werkwoorden zoals “drinken”, “slapen” en “rennen”. Wat later in de ontwikkeling leren kinderen ook meer abstracte woorden zoals “groot” en “klein”, kleuren en getallen. Je hebt woorden nodig om je gedachten, ervaringen en ideeën over te kunnen brengen.

Het is leuk om de woordenschat te oefenen rondom thema’s. Zo leert het kind welke woorden met elkaar te maken hebben en kan het de woorden ook meteen gebruiken in de dagelijkse situatie.

De volgende dingen kunnen worden gedaan om de woordenschat spelenderwijs uit te breiden:

- Benoem in alledaagse situaties wat je ziet en hoort. Zo krijgt het kind veel voorbeelden en leert het nieuwe woorden in de situatie waarin deze gebruikt kunnen worden.

- Samen plaatjes benoemen, dit kan in allerlei situaties zoals tijdens het voorlezen maar ook tijdens het spelen met een app. Als je dit doet tijdens een sorteerspelletje, leert het kind tegelijkertijd dat woorden in een bepaalde categorie horen.
- Het kind laten zeggen welk dier het wil horen bij een dierengeluidenspel en dan ook laten benoemen welk geluid het dier maakt.
- Het laten benoemen van plaatjes die jij aanwijst, bijvoorbeeld “auto” of “rode auto”.
- Tijdens een memory spelletje om de beurt de plaatjes benoemen.
- Situatiespellen spelen en vertelplaten bekijken waarbij het kind vertelt wat het ziet en hoort.

Als het kind logopedie heeft, is het natuurlijk altijd goed om even te overleggen met de behandelend logopedist over welke oefeningen geschikt zijn.

Zinsbouw

Met zinsbouw worden de zinnen die een kind maakt bedoeld. In het begin van de taalontwikkeling gaat het hierbij om het combineren van twee losse woordjes tot een zinnetje, bijvoorbeeld "mama eten". Later worden de zinnen langer en ingewikkelder en leert het kind ook om bijvoorbeeld de juiste werkwoordvervoegingen te gebruiken om zo correcte zinnen te maken.

Om de zinsbouw te oefenen is het belangrijk om aan te sluiten bij wat het kind laat horen. Luister of het kind in losse woorden spreekt of al twee- of meerwoordzinnetjes maakt. Sluit hierbij aan, herhaal wat het kind zegt en voeg een beetje taal toe. Het kind zegt bijvoorbeeld "auto", reageer hierop met "ja, de auto gaat rijden". Wanneer een kind vragen kan beantwoorden, kan de zinsbouw geoefend door vragen te stellen, bijvoorbeeld "wat doet de koe?", het kind kan dan een zinnetje maken zoals "de koe gaat liggen". Je kunt hierbij ook aanvulzinnen gebruiken, "Wat doet de koe? De koe gaat ...".

De zinsbouw kan ook worden gestimuleerd door specifieke zinsconstructies te oefenen bij een spelletje, zo kan je het kind bijvoorbeeld leren vragen om zijn favoriete app met "ik wil ..." of "mag ik ..." in plaats van alleen de naam van de app te noemen. Ook is het leuk om het kind in zinnetjes te laten vertellen wat het hoort of ziet, "ik zie ...".

Als het kind logopedie heeft, is het natuurlijk altijd goed om even te overleggen met de behandelend logopedist over welke oefeningen geschikt zijn.

Onze review

Vrolijke, leerzame app. Het doel van de app is snel duidelijk. Door de abstracte begrippen zijn de plaatjes niet altijd even duidelijk. Wanneer er een tegenstelling gemaakt is komt het Nederlandstalige woord onder de afbeelding te staan. Geen afleidende geluiden, knoppen en reclame in beeld. Het is leuk om gesprekjes met het kind te voeren over "waarom" plaatjes bij elkaar horen. Hierbij kan het kind ook zinnetjes dan "omdat" oefenen.

Gepost op: 11-03-2024