Terug naar de lijst

Fundels

    4 van de 5 sterrenVoor Apple, googleplaybetaald

Fundels is een app waarin verschillende prentenboeken en AVI boeken gedownload kunnen worden. De prentenboeken worden voorgelezen en worden middels bewegende beelden uitgebeeld. Het boek kan ook pagina voor pagina doorgebladerd worden. Daarnaast kunnen er kleurplaten ingekleurd worden, filmpjes gemaakt worden en teruggekeken worden en zijn er een aantal puzzels van verschillende niveau's.

  • Leren lezen
  • Luisteren
  • Taalbegrip
  • Woordenschat
  • Zinsbouw

LinksWaar kun je de app downloaden

Over de appWat kan er geoefend worden?

Leren lezen

Leren lezen is belangrijk voor de ontwikkeling van het kind. Het is leuk, spannend en stimuleert het leervermogen. Door te lezen leert een kind nieuwe woorden en doet het kennis op over de wereld om zich heen.

Een kind leert lezen in kleine stapjes. Het proces begint met het herkennen van simpele vormen zoals een bijvoorbeeld een rondje of een streep. Wanneer het kind dit onder de knie heeft kan worden begonnen met de letters van het alfabet. Dan is het belangrijk dat het kind de letters leert koppelen aan de bijbehorende klank, dit wordt klank-tekenkoppeling genoemd. In deze fase is het belangrijk dat een kind zoveel mogelijk in aanraking komt met letters en woorden. Maak het kind daarom attent op de geschreven taal in verschillende situaties. Wanneer het kind een aantal woordjes kan lezen kunnen er combinaties gemaakt worden, zodat er korte zinnetjes ontstaan. Het kind kan dan AVI start boekjes gaan lezen. Kinderen kunnen gratis lid worden van de bibliotheek waar ze deze boekjes kunnen lenen.

Daarnaast bestaan er verschillende apps die kunnen worden gebruikt om het lezen spelenderwijs te oefenen.

Luisteren

Luisteren is het gericht aandacht geven aan geluiden en gesproken taal. Voor een goede spraak- en taalontwikkeling is het belangrijk dat een kind goed en kritisch kan luisteren.

Het gericht luisteren kan op de volgende manieren spelenderwijs worden geoefend:

- Maak het kind attent op de geluiden in zijn omgeving: “wat hoor ik?”
- Het leren koppelen van de dieren en de geluiden die zij maken: “wat zegt de koe?”. Hiervoor kunnen apps met dierengeluiden worden gebruikt.
- Het leren koppelen van alledaagse geluiden aan de bijbehorende voorwerpen of handelingen, bijvoorbeeld tandenpoetsen, stofzuigen, de telefoon, het toilet doortrekken etc. Dit leert het kind natuurlijk tijdens alledaagse situaties, maar er zijn ook apps met filmpjes en geluiden van alledaagse voorwerpen en handelingen.
- Het leren koppelen van voertuigen en de geluiden die zij maken, bijvoorbeeld auto, trein, vliegtuig. Hierbij kunnen filmpjes en geluiden van voertuigen worden gebruikt.
- Het leren koppelen van muziekinstrumenten en de geluiden die zij maken, bijvoorbeeld trommel, gitaar, trompet, piano. Hierbij kunnen apps worden gebruikt met filmpjes van muziekinstrumenten of apps waarin het kind zelf verschillende instrumenten kan bespelen.
- Geluidenspelletjes zijn heel geschikt om te oefenen met luisteren. Bijvoorbeeld “wat hoor je?” of “hoor je een koe of een paard?”. Er bestaan ook diverse apps waarbij het kind een plaatje moet aantikken dat bij een geluid hoort.
- Het gericht leren luisteren naar woorden en de betekenis daarvan, bijvoorbeeld waar is de pop? Waar is de auto? Zie ook taalbegrip en woordenschat.

Taalbegrip

Taalbegrip is begrijpen wat er tegen je gezegd wordt. Dit begint met het begrip van losse woorden en ontwikkelt zich tot het begrijpen van zinnen.
De volgende oefeningen kunnen spelenderwijs worden gedaan om het taalbegrip te verbeteren:

- "Waar" vragen. Bijvoorbeeld: "Waar is de auto?", "Waar is de pop?". Deze vragen kunnen ook iets moeilijker worden gemaakt door bijvoorbeeld een kleur of een bijvoeglijk naamwoord toe te voegen: "Waar is de rode auto?", "Waar is de kleine pop?" Of zelfs een combinatie van beide: "Waar is de kleine, rode auto?"
- Eenvoudige opdrachtjes (met twee voorwerpen/afbeeldingen). Bijvoorbeeld: "Zet de pop op de stoel", "De auto moet in de garage" of "Twee auto’s gaan botsen".
- Moeilijke (samengestelde) opdrachten. Bijvoorbeeld: "Zet de rode auto achter de groene bus" of "Zet de pop op de stoel en geef haar een boek" of "De auto moet stoppen voor het rode stoplicht".

Als het kind logopedie heeft, is het natuurlijk altijd goed om even te overleggen met de behandelend logopedist over welke oefeningen geschikt zijn.

Woordenschat

Met woordenschat bedoelen we de woorden die een kind kan begrijpen en gebruiken. Dit zijn concrete woorden zoals “beer”, “koekje” of “vogel”, maar ook werkwoorden zoals “drinken”, “slapen” en “rennen”. Wat later in de ontwikkeling leren kinderen ook meer abstracte woorden zoals “groot” en “klein”, kleuren en getallen. Je hebt woorden nodig om je gedachten, ervaringen en ideeën over te kunnen brengen.

Het is leuk om de woordenschat te oefenen rondom thema’s. Zo leert het kind welke woorden met elkaar te maken hebben en kan het de woorden ook meteen gebruiken in de dagelijkse situatie.

De volgende dingen kunnen worden gedaan om de woordenschat spelenderwijs uit te breiden:

- Benoem in alledaagse situaties wat je ziet en hoort. Zo krijgt het kind veel voorbeelden en leert het nieuwe woorden in de situatie waarin deze gebruikt kunnen worden.

- Samen plaatjes benoemen, dit kan in allerlei situaties zoals tijdens het voorlezen maar ook tijdens het spelen met een app. Als je dit doet tijdens een sorteerspelletje, leert het kind tegelijkertijd dat woorden in een bepaalde categorie horen.
- Het kind laten zeggen welk dier het wil horen bij een dierengeluidenspel en dan ook laten benoemen welk geluid het dier maakt.
- Het laten benoemen van plaatjes die jij aanwijst, bijvoorbeeld “auto” of “rode auto”.
- Tijdens een memory spelletje om de beurt de plaatjes benoemen.
- Situatiespellen spelen en vertelplaten bekijken waarbij het kind vertelt wat het ziet en hoort.

Als het kind logopedie heeft, is het natuurlijk altijd goed om even te overleggen met de behandelend logopedist over welke oefeningen geschikt zijn.

Zinsbouw

Met zinsbouw worden de zinnen die een kind maakt bedoeld. In het begin van de taalontwikkeling gaat het hierbij om het combineren van twee losse woordjes tot een zinnetje, bijvoorbeeld "mama eten". Later worden de zinnen langer en ingewikkelder en leert het kind ook om bijvoorbeeld de juiste werkwoordvervoegingen te gebruiken om zo correcte zinnen te maken.

Om de zinsbouw te oefenen is het belangrijk om aan te sluiten bij wat het kind laat horen. Luister of het kind in losse woorden spreekt of al twee- of meerwoordzinnetjes maakt. Sluit hierbij aan, herhaal wat het kind zegt en voeg een beetje taal toe. Het kind zegt bijvoorbeeld "auto", reageer hierop met "ja, de auto gaat rijden". Wanneer een kind vragen kan beantwoorden, kan de zinsbouw geoefend door vragen te stellen, bijvoorbeeld "wat doet de koe?", het kind kan dan een zinnetje maken zoals "de koe gaat liggen". Je kunt hierbij ook aanvulzinnen gebruiken, "Wat doet de koe? De koe gaat ...".

De zinsbouw kan ook worden gestimuleerd door specifieke zinsconstructies te oefenen bij een spelletje, zo kan je het kind bijvoorbeeld leren vragen om zijn favoriete app met "ik wil ..." of "mag ik ..." in plaats van alleen de naam van de app te noemen. Ook is het leuk om het kind in zinnetjes te laten vertellen wat het hoort of ziet, "ik zie ...".

Als het kind logopedie heeft, is het natuurlijk altijd goed om even te overleggen met de behandelend logopedist over welke oefeningen geschikt zijn.

Onze review

Multifunctionele en gebruiksvriendelijke app, die aansluit bij de belevingswereld van kinderen. Een boek kan zowel zelfstandig gelezen worden als voorgelezen worden. Het verhaal kan naar eigen wens stopgezet worden om zo het kind vragen te stellen over de inhoud van het verhaal met wie, wat, waar en waarom vragen om te kijken in hoeverre het verhaal begrepen wordt. Er is 1 demo verhaal, de overige boeken moeten per stuk worden aangeschaft.

Gepost op: 1-03-2024